Klein aber mein.
Van het jaar zat hij er niet meer, het mannetje dat voor het huisje ‘Klein aber mein’ onveranderlijk tegen de gevel zat, de korte beentjes gekruist, de stok rechtop tussen de handen, kijkend naar het meer en naar de bergen die voor ons het vakantieland waren. In het hotel kende men het verhaal. Begin juni was het mannetje gestorven. Hoe oud hij precies was, wist niemand in het dorp, in elk geval heel oud. En in het huisje in een kast had men een grote kartonnen doos gevonden met geld. De buren, de veearts en de onderwijzer hadden de doos op tafel omgekeerd en het geld geteld. Er was ook een enveloppe tevoorschijn gekomen met de boodschap waar het geld heen moest. “Negentig duizend”, zei de veearts, “en het is bestemd voor het ziekenhuis.”
Dat ziekenhuis lag twintig kilometer verderop in de bergen, naar Italië toe. Het mannetje is nu vermoedelijk een röntgenapparaat. Niet eens zo en groot toestel. Klein aber mein…
