De eksters zijn terug. Waar die de hele winter hebben uitgehangen mag Joost weten. Gewoon ergens in de buurt, schijnt het, hooguit een paar dorpen verderop. De ooievaars en de zwaluwen kunnen over het warme zuiden zoveel propaganda maken als ze willen, de eksters blijven in de winter thuis. “Nergens beter dan thuis!”
Af en toe kwam er in de voorbije maanden nog wel eens eentje van het vorig seizoen het oude nest in de berkenboom bekijken. Die frutselde dan hier en daar wat aan een losgewaaide tak en weg was ze. Vermoedelijk het wijfje dat kwam kijken of het apppartement van de vorige zomer toch zeker geen uit elkaar gewaaide puinhoop was geworden. Want straks moet ze haar nieuwe partner mee naar hier brengen om hem haar nest voor het volgend seizoen te laten zien. De lente staat voor de deur en over een paar dagen is er de jaarlijkse markt. De huwelijksmarkt. Al de eksters van ver uit de omtrek komen daar naar toe. De wijfjes gaan aan de ene kant zitten, de mannetjes aan de overkant. Hoe eksters te weten komen waar en wanneer die markt precies plaats vindt , blijft mij een raadsel. Ik heb nog nooit ergens een affiche zien uithangen.
De wijfjes kijken dan aandachtig toe wie er zich dit jaar zoal allemaal als mogelijke kandidaat-echtgenoot komen presenteren. Van “a man for all seasons” kan bij de eksters geen sprake zijn. Eén seizoen is genoeg. En met vlijmscherpe ogen kijken de wijfjes toe. Wordt het dit jaar Fons of Jef of Lewie ? Of nog iemand anders die ze nog niet kennen? Dat heeft ook zijn charme. Ze nemen er rustig hun tijd voor. Soms fladderen ze wat om de mannentroep heen en strijken dan weer aan de overkant neer. Ze denken lang en diep na over wie ze deze zomer als partner willen hebben. Aan de overkant, bij de mannetjes, staan de zenuwen sterk gespannen. Je hebt natuurlijk altijd wel mannen die van zichzelf denken dat zij sowieso de uitverkorene zullen zijn. Dat heb je onder de mensen ook maar dat kan lelijk tegenvallen. Wanneer het wijfje na lang nadenken en toekijken ineens zegt: “O.K. het zal de Jef zijn!”, dan vliegt ze meteen naar hem toe. Ze fladderen onder hun twee nog wat met de vleugels. Wij verstaan helaas niet wat de eksters onder elkaar zeggen maar misschien roept er wel iemand uit de troep: “Jef , kiest gij Virginie tot uw wettige echtgenote ?” En Jef roept dan terug: “Ja, voor één seizoen!” en weg zijn ze. Jef en Virginie triomfantelijk onderweg naar het oude nest in de berkenboom, bij mij thuis. Dat is een harde klap voor Fons die van zijn eigen dacht dat hem geen kwaad kon gebeuren. Heb het maar eens zelf aan de hand. En dan kan het bij de eksters gebeuren dat hij Jef en Virginie achterna vliegt en brutaal vlak bij hun nest naast Jef op dezelfde tak gaat zitten. Vechten doen ze niet, Virginie is bekwaam en jaagt ze allebei terug de markt op. Ze blijven gewoon naast elkaar zitten en ze wachten af. Tot Virginie uiteindelijk zegt: “Jef, ik blijf erbij, het zijt gij.” Dan draait Fons zich onderdanig om en vliegt terug naar de markt. Vanuit mijn venster kan ik dit pijnlijk moment meemaken. Twee mannetjes en één wijfje. Het is of ik zelf moet wegvliegen.
Denk nu niet dat ik zo maar iets verzin, neeneen, ik weet dit van Louis Gonnissen, zaliger gedachtenis, en Louis kende alle huwelijksrituelen. Van de bosmier in Kameroen tot de olifant in Sri Lanka.
Ik zal u op de hoogte houden over hoe het verder verloopt met Virginie en met Jef. Ik denk dat Fons nu met een of andere achtergebleven sukkel een paar kilometer verderop woont. Ik heb er nog zo gekend en die zijn toch nog gelukkig geworden.
JOS.
