Jos Ghysen Rotating Header Image

IN MEMORIAM LOUIS GONNISSEN . JOS GHYSEN .

Louis, op 8 september hebben wij voor het laatst met elkaar gebeld. Wij deden dat elk jaar op die datum. Op 8 september 1938 ontmoetten we elkaar immers voor het eerst. Die dag allebei op internaat geplaatst in hetzelfde college in Mechelen-aan-de-Maas. Wij werden er snel kameraden, daarna vrienden, en wij zijn dat gebleven voor het leven. 69 jaar lang. Elk ging weliswaar zijn eigen weg maar wij volgden elkaar van op afstand. Ik kende de vreugden die u te beurt vielen. En de beproevingen, die gij samen met Josée omzette in positieve ervaringen. Gij werd een briljante leraar. Een legende al bij het leven. Uw hobby was de wereld van de dieren, vooral dan de vogels. Een indrukwekkende reeks boeken hebt gij daarover gepubliceerd. En het aantal artikels in vakbladen moet in de duizenden lopen. Gij tilde uw hobby op tot een zeer hoog niveau. Het hoogste, want al in de jaren ‘80 werd gij in Barcelona verkozen tot voorzitter van de Wereldfederatie voor Ornithologie. Uw bijdragen voor deze instelling werden veelvoudig vertaald en gingen de hele aardbol over. Wat u echter vooral sierde, gij publiceerde met evenveel plezier een stuk in het lokale blaadje van de vogelbond van Zichen- Zussen-Bolder. En in beide gevallen met simpele woorden, eenvoudig geformuleerd, maar wetenschappelijk perfect onderbouwd. Zo hebt gij in de loop der jaren miljoenen lezers, luisteraars en kijkers geboeid, van universiteitsprofessor tot Jan-met de-pet. Gij waart een grote meneer maar door alles heen zijt gij de eenvoudige boerenzoon uit Dilsen gebleven. Gij hebt uw geboortedorp trouwens nooit kunnen loslaten. Gij moest op tijd en stond terug naar ginder. Gij moest de Maas zien en de paarden en de koeien in de weilanden langs de oever. En met de “wijzen van het dorp” moest gij in het café aan de stamtafel over de lokale politiek kunnen praten. Ik ken grootse verhalen daarover die hier helaas niet te pas komen. Ik zal ze blijven vertellen om u te gedenken.
Louis, ik was blij dat ik u destijds naar de radio kon meenemen. Gij twijfelde aanvankelijk. Dat is niks voor mij, zegde gij, ik ken daar niks van. Dat dit juist een voorsprong betekende, besefte gij niet. Soms bracht gij zelfs een of ander dier mee naar de radiostudio. Ik zei dan “Louis, de luisteraar ziet dat niet, hoor.“ En gij antwoordde dan: “Dat weet ik nog wel niet.” En waarachtig, ik geloof echt dat de luisteraars het zagen. Uw magie werkte. Daarna zijn we samen naar de televisie gegaan. Daar was uw twijfel enorm groot maar ik kon u over de brug halen met te zeggen dat ik er ook niks van kende en toen was het hek helemaal van de dam. In geen enkele televisiestudio ter wereld zijn er ooit zoveel levende beesten naar binnen gebracht als daar in Vilvoorde. Tot angst en afgrijzen van regisseurs en studiomeesters. Zelfs wanneer drie Vlaamse trekpaarden tegelijk in dat huiskamerdecor gevaarlijk begonnen te steigeren, vertelde gij doodkalm verder waarom die hengsten dat nu precies deden en wat die paarden nu van binnen voelden. Gij wist meer van de paarden dan de paarden zelf.
Louis, gij waart een unieke man. Zelf hebt gij nooit beseft hoe groot uw bijdrage wel was aan het succes van wat wij toen samen mochten maken. En of die uitzending nu voor uitgeweken Vlamingen vanuit New York liep of vanuit Kinshasa, dat was voor u hetzelfde als vanuit de parochiezaal van Stevoort. Gij waart altijd uzelf. Zelfs toen we ooit live uitzonden vanuit het Sterrenrestaurant Chez Bocuse in Lyon en de door u meegebrachte kippen uit hun kooi ontsnapten en in paniek tussen het publiek door, over de prachtig gedekte witte tafels fladderden, bleeft gij de kalmte zelf. Bocuse niet. Een Dilsense vorm van “the show must go on”. Gij waart ook zeer gelukkig, Louis, dat uw jongste zoon Steven voor de beide media mee mocht werken aan die programma’s. Hij was de man die het geld uit de jackpot mocht laten rinkelen en die daarna bij de televisie assistent-cameraman mocht worden en er op moest toezien dat de kabels niet in de war geraakten. Steven was trots opzijn functie.
Louis, onze vriendschap heeft een hoge leeftijd mogen bereiken. Hou, waar gij nu ook zijt, een plaats vrij want wij hebben elkaar nog veel te vertellen. Ik weet perfect wat gij nu daarop gaat antwoorden. “Daar moet ik toch nog eens over nadenken want gij zijt bekwaam om hier ook weer met zoiets te beginnen.” Zeer zeker Louis, juist omdat ik weet dat gij daar zit en dat het dan sowieso zou lukken. Intussen, Louis, verschrikkelijk bedankt. Voor alles.

JOS.

Leave a Reply