Ik had Victor kunnen heten. Fik. Ik mag er niet aan denken. Mijn peter heette zo en daar kon je destijds niet onderuit. Je hoorde de naam van je peter te dragen. Gelukkig zag mijn vader dat niet zitten en Victor werd afgevoerd. Daar konden jarenlange familievetes uit voortvloeien maar mijn vader en Victor hadden in 14-18 samen aan de IJzer in de loopgraven gelegen en die kameraadschap kreeg je niet kapot. Bleef dus de meter over en zij kreeg de honneurs. Het werd Jos van Jozefien. Van de week las ik in de krant het favoriete namenlijstje van vandaag. Ik kom er zelfs niet meer op voor. Jozef, de “nederige stille timmerman” is niet meer hot. Noah staat nu op nummer één. 714 Noah’s in één jaar. En ik ken er geen enkele van. Noah. Dat moet verre familie zijn van de fanatiekeling die ooit met zijn ark vol beesten de zee overstak. 405 Mohammeds zijn er bijgekomen. . Daar ken ik er wel een pak van. Al bij al ben ik met mijn ouderwetse naam aan een enorm gevaar ontsnapt. Bij de populairen van het jaar 2006 horen ook de sukkelaars die men Cherubin is gaan noemen. Ik zou niet meer buiten durven komen. “Kijk, daar loopt de Cherubin weer!” En Rolex. Dan weet je helemaal hoe laat het is. Rembrandt is er ook bij. En Rune-Merlijn. En Caesar. En – hoor je het in de klas al afroepen – “Dusoliel-Elmuwo, kom eens aan het bord!” Dan nog liever Victor. Bij de vrouwelijke voornamen van 2006 ben ik helemaal het spoor kwijt. Emma staat op nummer één. Daar kan ik inkomen maar ik mag er niet aan denken dat mijn vrouw Splendeur zou heten. Of Leilo-Lisa. Je durft haar niet aanspreken. En Vitaline. Het zal later wel een gezond mens worden maar ik zou haar toch niet in huis willen hebben. En ‘s avonds slapen gaan met Ruth-Ziva tart mijn stoutste verbeelding. Ik weet gewoon niet wat ik mij daarbij moet voorstellen. Maria-Magdalena, het zal je overkomen. Er is er zelfs een bij van wie ik de naam nooit zou uitgesproken krijgen. Chukwumoneylum. ‘s Morgens aan de ontbijttafel: “Chukwumoneylum, schuif de boter eens door.” Ik denk dat ik levenslang droog brood at. Laat ze maar doen, ik blijf diep gelukkig met doodgewoon
JOS.
