Dat heb je met ouwe heren, ze hebben het altijd over vroeger en hoeveel beter en hoeveel straffer en hoeveel onwaarschijnlijker het toen allemaal was. Ik probeer daar tegenin te gaan maar met de Tour de France heb ik het weer te pakken. Als je als kind Romain Maes hebt geweten en Sylveer Maes en Lapébie en Poeske Scherens en Jan Aerts en Braspenninck en Gust Danneels en wie nog allemaal. Wij vraten ons als kind te pletter aan Lutti-karamellen om toch maar in het bezit te geraken van die glanzende kleurenprenten van de renners van toén. In formaat 20×30 ! Wanneer je drie dagen na elkaar bleef doorknauwen, kreeg je er zo één in het snoepwinkeltje van Sie. Je tanden gingen eraan kapot maar je had die prenten en dat was veel belangrijker. En later werd Gust Danneels de chauffeur met wie ik zelf de Tour ging volgen. Als verslaggever van wat er buiten de sport ook nog allemaal in dat immense rijdende circus van de Tour gebeurde. Aan “la caravane publicitaire” alleen al had je voldoende om een jaar bezig te blijven. De mooiste reklamewagen ooit was een vijftien meter hoge knalgele banaan. “Le fruit qui porte le maillot jaune ! ” Bovenaan was de banaan opengetrokken en stond er een man in hemdsmouwen accordeon te spelen. De hele Tour lang. Zonder ophouden. Je moet maar op het idee komen. En met eigen ogen mogen zien hoe Bahamontes helemaal alleen over de besneeuwde Alpen voorbij komt. Vlak bij de top. Alleen Bahamontes. De Adelaar van Toledo. En pas veel, veel later kwamen de anderen. En dan ook nog ‘s avonds in het hotel vaststellen dat je in de kamer vlak naast de zijne slaapt. Wie kan zeggen dat hij in de avondzon op het balkonnetje naast het zijne aan een touw het rennersbroekje van Bahamontes in de zon te drogen heeft zien hangen? Dat pakt mij niemand meer af. En Jacques Anquetil in het Parc des Princes de Tour van 1964 zien winnen. Vijf jaar later heb ik het nog eens overgedaan. De eerste Tourzege van Merckx. De dag waarop Piet Theys en Marc Stassijns en Jan Wauters de waanzin nabij waren. Verslaggevers die intussen ook al geschiedenis zijn geworden. Lieve help, wie kent de generatie van daarvoor nog ? Maurice Dieudonné en Jan Vandenbrande en Hubert Vandevijver, alias Reporter 17 ? En Luc Varenne, weliswaar van de Franstalige Brusselse omroep maar die half Vlaanderen meesleepte in zijn unieke verbale waterval. De man was zo populair dat hij dag in dag uit aanbiedingen kreeg om buiten zijn beroep in pers en publiciteit nog bij te verdienen. Het liep zo ver de spuigaten uit dat de grote baas van de Franstalige radio hem op zijn kantoor riep en hem voor het dilemma stelde: “Ecoutez Luc, ou bien la radio ou bien tes cumuls. Il faut choisir maintenant.” En Varenne antwoordde zonder een seconde te aarzelen: “Mes cumuls!” En de grote baas draaide bij.
Het waren grote tijden.
JOS .
