Hij wist alles over zijn voorzaten. Tot een eind in de 16e eeuw wist hij hoe hun namen waren, wat zij in hun leven hadden uitgericht, met wie ze getrouwd waren, hoeveel kinderen ze hadden, met wie dié dan weer op hun beurt getrouwd waren. In zijn woonkamer hing een immense ingelijste prent met een eikenboom waarin die mannen en die vrouwen allemaal bij elkaar op de takken zaten. De onderste takken waren zwaar bevolkt maar boven in de kruin zaten ze nog slechts met twee. Verder ben ik niet geraakt, zei hij, die archieven zijn in een bombardement gebleven. Een heel geslacht dat voor eeuwig in de duisternis verdwijnt. Wil ik het voor jou ook eens uitzoeken, stelde hij voor. Het leek mij geen slecht idee. Het enige wat ik me van mijn eigen voorgeslacht herinnerde was dat ik drie jaar oud was, op de schoot van mijn grootvader zat, het gebakken eitje van tussen zijn spek peuterde en het zelf op at. Als kennis van mijn voorgeslacht was dit zeer weinig. Ik hoorde in maanden niets meer van de stamboomspeurder. Tot op een laatavond, bijna middernacht, de telefoon ging. Wie nu nog, zo laat ? Hij was het. Sorry dat ik zo laat nog bel, zei hij, maar ik doe juist een enorme ontdekking. Ik moet je feliciteren, je scoort enorm hoog, een van je voorvaderen in rechte lijn langs vaders kant was een maarschalk ! Geen twijfel mogelijk, ik heb de bewijzen. Proficiat ! Er is minder nodig om een halve nacht wakker te blijven liggen. In welke kringen kwamen wij plots terecht ? Le Maréchal Pétain. Fieldmarshall Montgommery. Feldmarschall von Rundstedt. Maarschalk Smuts. En nu waren wij aan de beurt, zij het met terugwerkende kracht. Ik bezorg je alle gegevens, had de expert nog gezegd maar hij had er niet bij verteld wannéér zodat de suspens met de dag toenam. Zeven dagen van spanning. Tot hij eindelijk belde. Sorry, zei hij, ik zat helemaal fout. Er stond inderdaad maréchal en dat klopt ook maar het was een maréchal ferrant en dat scheelt natuurlijk een stuk want een maréchal ferrant is een hoefsmid. En die van jullie woonde in 1798 in Kesselt. Wist jij dat ? Neen, zei ik, dat wist ik niet. Het was alsof ik de man in Kesselt twee eeuwen na de feiten ineens nog op zijn aambeeld hoorde slaan. De maarschalk die ons hele geslacht op de sociale ladder tot ongekende hoogte had kunnen optillen bleek nu plots een ordinaire hoefsmid. Uit Kesselt, ergens tegen de Hollandse grens, in Haspengouw, weet ik veel waar precies. Ik hoorde hem beuken op zijn aambeeld, de ellendeling. Ik heb er lang over lopen nadenken, over het voor en over het tegen. De maarschalken kunnen me vertellen wat ze willen, ik heb voor de smid gekozen. Is er nu een mooiere stiel denkbaar dan edele paarden midden een heerlijke geur van smorende dampende hoeven van nieuwe ijzers te voorzien? Hoefijzers die ook nog stuk voor stuk geluk aanbrengen. Een fijne man moet dat geweest zijn. Ik zou van niemand anders hebben willen afstammen. Ik ga deze week nog naar Kesselt, eens kijken hoe het daar uitziet. En of daar niemand rondloopt die op mij gelijkt.
JOS VAN DE SMID
