Jos Ghysen Rotating Header Image

HOESTEN .

De vrouwen lieten het die avond blijkbaar in blok afweten want we zaten met zeven mannen  in de wachtkamer van de dokter. Het leek wel een hoestconcert in Siberië . Wie nu nog binnenkwam kreeg het moeilijk om nog een nieuwe variante aan te brengen. De mooiste hoest kwam van een man die beslist een eind boven de honderd kilo woog hetgeen hem een enorme resonantie gaf. Gelukkig had zijn moeder hem vroeger tot vervelens toe gezegd : hand voor je mond houden wanneer je hoest. Dat redde nu de ingelijste prenten die rondom tegen de muren hingen want tegen zulk een kr acht was niets bestand. De hand die hij voor de mond hield, was meer dan indrukwekkend. Het woord hand volstond in feite niet, -lichaamsdeel was het beste dat je zeggen kon. Wie hem dagelijks de hand moest drukken, hield er gewrichtsreuma aan over. Schuin tegenover me zat een spichtige zestiger die ook nog een zenuwtrek rond zijn rechteroog had en wanneer hij hoestte dacht je aan een klarinet waarin een barst was gekomen. Het leek of hij floot. Vals en veel te hoog. Telkens wanneer hij begon, ging hij helemaal rechtop zitten en sloeg zichzelf op de borst. Het leek of hij zich schuldig voelde en mea culpa sloeg maar helpen deed het niet. Het eindigde pas nadat hij heel hoog aan het fluiten ging. Een sopraan moest jaren  oefenen om die toon te bereiken en deze man kwam ervoor naar de dokter. Zelf leverde ik ook mijn bijdrage. Een koppige, kort afgemeten hoest die irriterend werkte en die mij nu al wekenlang hardnekkig bleef achtervolgen. Ik had al eens gezegd: Dokter, zou ik Ixus_55_610_2_1niet best een tijdje in de bergen gaan zitten? Ja, zei hij , maar dan wel boven de drieduizend meter, anders heeft het geen zin. Op die hoogte kreeg je in dit seizoen nog geen alpenkoe gedreven. Helemaal op de hoek, het dichtst bij de deur van het dokterskabinet, zat een schuwe man die ieder keer ‘oei’ zei voor hij begon te hoesten. En gelijk had hij want hier was geen twijfel mogelijk, deze man werd  innerlijk verscheurd. Je hoorde hem binnenin aan flarden gaan. En met wat voor een diepte. Hij moest de longen wel helemaal onderaan hebben liggen , er bleef geen plaats over voor nog wat anders. Jaren geleden heb ik bij de omroep tientallen grote concerten aangekondigd. Ik heb de dirigenten allemaal gekend, Paul Collaer, Daniël Sternefeld, Leonce Gras, Jef Verelst, noem ze maar op. Maar niet één van hen heeft ooit zoveel verschillende instrumenten voor zich zitten gehad als wat in deze wachtkamer aan geluiden werd voortgebracht. Een viool zat er ook tussen. Wanneer die begon zou je gezworen hebben dat het snarenwerk was. Het moest erg pijnlijk zijn want de eigenaar deed ieder keer een poging om het tegen te houden. Hij kneep dan zijn hand rond zijn keel om het te onderdrukken maar het was nutteloos, de viool sneed door de wachtkamer. En door merg en been. Je zag dat hij tranen in de ogen kreeg van de inspanning. Wanneer zijn hoestbui voorbij was, zei hij telkens weer: hei hei hei. En af en toe ook: nondedju toch. Ik zat op mijn stoel te denken aan de arts. Die had misschien wel tien jaar gestudeerd en toen dat eindelijk achter de rug was, wist hij dat hij voortaan nooit nog wat anders zou te horen krijgen dan mensen die hoestten. Een juffrouw in het wit stak de deur open en zei: Mijnheer Nijs ! Drie mannen stonden tegelijk recht. Drie van de acht. Het kan niet anders dan toeval zijn geweest maar als ik Nijs heette dan ging ik er toch verder mee. Naar een universitaire kliniek of zo.

JOS

Leave a Reply