Jos Ghysen Rotating Header Image

DE KERMIS IS WEG .

Ixus_55_466_2_2
De herfst is vlakbij maar in de stad waar ik woon hebben ze het zo geregeld dat de jaarlijkse kermis precies op de breuklijn valt. Maandagochtend , na een week van kermismuziek en glitter en smoutebollengeur, ligt het plein er dan twee keer zo groot als tevoren bij. De kermismannen zijn dan al onderweg naar Luik en ineens besef  je het, ook de zomer is voorbij. Ik zie de kermis altijd met een beetje verdriet vertrekken. Ik ben zelf mijn carrière op de kermis begonnen. Klein begonnen. En heel toevallig. Ik moet een jaar of acht geweest zijn en ik was bij het Rad van Fortuin niet weg te slaan. Het was een bescheiden eenmansbedrijfje. Een magere man die onveranderlijk een grijze stofjas droeg en voor eeuwig een donkerblauwe alpenmuts op het hoofd had.  De prijzen die je bij hem kon winnen waren glinsterende regenboogkleurige balletjes waaraan een elastiekje zat zodat je het ding tot wel twee meter ver om je heen kon doen zwiepen. Dikke glazen knikkers lagen er ook, met kronkelende slangen erin verwerkt. En platte metalen fluitjes die je onder je tong moest stoppen en dan kon je zingen als een echte kanarie. Zeer begeerlijke dingen allemaal. Hij was een eentalige Waal en ooit moest iemand hem Nederlands bijgebracht hebben om in het Vlaamse landsgedeelte toch wat  volk naar zijn rad te kunnen lokken. Die taalkennis was zeer summier. Ze bestond uit slechts één enkele kreet die hij dan ook voortdurend herhaalde. Eén kwatsj kotferdoem. Een kwartje godverdomme. Op een zondagnamiddag stond ik andermaal bij zijn zaak en ineens zei hij: Dis fils, je dois aller pisser, tu saurais prendre garde ici pour deux minutes ? Mijn grootvader langs moeders kant was ook een Waal en ik begreep meteen wat hij bedoelde. Het was nu of nooit. De showbusiness lag binnen handbereik. Met wild kloppend hart  nam ik zijn plaats in achter het rad , ik wachtte  tot hij in zijn woonwagen verdwenen was en toen begon ik op mijn beurt te roepen : Een kwatsj kotferdoem… Het duurde geen minuut of ik had kliënteel, ik harkte de kwartjes naar me toe en deelde de prijzen uit. De man moest wel in heel lange tijd niet meer geplast hebben want hij bleef wel een kwartier  weg. Toen hij terugkwam kreeg ik acht kwartjes van hem. Dat was twee frank. Mijn allereerste honorarium.
 Het bericht dat ik op de kermis helemaal alleen foorkramer stond te spelen, was al eerder thuis gearriveerd dan ik zelf. Mijn vader kon er niet om lachen Als ge nu al zo begint wat gaat ge dan later doen ? Hij heeft het nog mogen meemaken. Fundamenteel heb ik later eigenlijk niet veel anders gedaan . De mensen wat beziggehouden, ze misschien af en toe een beetje gelukkig gemaakt. Dat ik daarvoor ook nog royaal werd betaald heeft mijn vader nooit helemaal kunnen begrijpen . En dat ik waarachtig ook nog officieel onder een ministerie thuishoorde , aanvaardde hij slechts hoofdschuddend. Ik ben de Waalse foorkramer veel dank verschuldigd. Zeer veel dank. Had die man die zondagnamiddag niet toevallig moeten plassen dan was ik misschien nooit in de showbusiness en in de media terechtgekomen. Niet om aan te dénken. Wat had ik dan wel moeten doen ?

 

JOS.

 


Leave a Reply