In de tram zat ik tegenover een man die het zich vroeger ook allemaal anders had voorgesteld. Hij had een litteken onder het linkeroog en zijn wenkbrauw was in twee gekloven hetgeen zijn blik een heel bijzondere uitdrukking gaf.
In de zestig was hij. Met dat linkeroog had hij de samentelling al lang gemaakt en het resultaat was zonder meer teleurstellend geweest. Het rechteroog keek helemaal anders. Het was een goedmoedig oog. Hij kon er wel grootvader mee zijn.
De tram sneed een pleintje doormidden en ineens keerde de man zich naar
de bruine rug van een vrouw die met een zwart pelsje afgezoomd was.
Zie je wel dat ze dood is, zei hij.
Wie? vroeg de vrouw zonder zich om te keren.
Hij haalde de schouders op en toen keken ze allebei naar de overkant
van het pleintje. Een rij natgeregende café’s en een apotheek met een
grauwe gevel die alleen aan de onderkant commercieel was.
Op de tweede verdieping waren inderdaad de vensters glanzend zwart,
zonder gordijnen. Daar had ze gewoond. Jaren. Altijd misschien.
Van wanneer is ze al dood? vroeg de vrouw.
Ik weet het niet, zei de man, toch al zeker drie weken.
Met zijn ene oog liet het hem onverschillig maar met het andere vond
hij het jammer .De tram beschreef nu een grote bocht zodat de gevels
nog een poosje in beeld bleven. Nu kon je de vensters heel goed en van
nabij zien.
Plots kwam er een vrouw achter het middenste venster staan. Eten grijs
minuscuul vrouwtje met een spons in de hand.. Of een stofdoek, dat kon
je niet zou duidelijk zien.
Daar is ze toch , zei de vrouw, ze is dus niet dood.
Neen, zei de man, dan moet ze de gordijnen gewassen hebben. Wat een
idee. Die hingen daar al zolang als ik weet. Dertig jaar zéker. Ik heb
er nooit andere geweten . De tram zeilde luid bellend de binnenstad in.
Zijn linkeroog bleef onbewogen. Met zijn rechter gunde hij het haar.

Heerlijk Jos. Nog kunnen genieten van het detail. Vooral het nog zien! Ik heb me vanavond weer eens laten verleiden, eerder met een lange ij, om naar het Europese zangcircus te kijken. Het was nog maar een préselectie. Is geen songfestival meer. Eerder een showfestival, met de klemtoon op “val”, waarin men een valse noot niet meer merkt tussen al dat flitsend druk gebeuren. Geen statige Francis Bay-figuur meer voor een big-band met zijn dirigeerstokje en zijn vlinderdasje. Nu à la carnaval verkleed – of schaars – dansend onder flitsende lichtkoepels met af en toe wat onverstaanbaar stemgeschreeuw de ruimte in. Songfestival noemt men zo iets.
Ik heb de indruk dat gans Europa Engels wordt, want zo goed als iedereen zong voor een groot deel van het nummer in onverstaanbaar Engels. Geef mij maar Grieks, Zweeds, Noors, Fins, Russisch of zo… Dat verstonden we vroeger ook niet, maar wisten wel dat de zanger of zangeres het begreep en uitstraalde. Nu komen de stralen nog enkel van de zoldering.
Die zekeringen zullen daar heel zeker niet met een koperdraadje versterkt zijn, zoals wij ons vroeger moesten behelpen.
Ik denk dat ik eens naar de dokter moet om mijn generatiekloof te laten onderzoeken.
Jos, je hebt het ritme prima te pakken en laat ons nu nog maar enkele dagen op de kursief-honger zitten. Hier nog een bank. Vooruit!
Knap stukje zenne. Voelt Brussels aan. En prachtig gesuggereerd een met veel pijn in stukjes gevallen relatie, eeuwen geleden. De scherven hebben een half leven verminkt. Maar och, we worden oud, en zelfs de ruïne van een groot verdriet bekijkt men milder na een tijd. Non, je ne regrette rien…
Brussel, een in stukjes gevallen stad. Ze liggen er voor het oprapen. In de tram of achter een jenevertje. In de lucht zitten bacillen die heus meer doen gisten dan de Kriek en de Gueuze…
Een Brusselse stoep. Afgesleten kasseien, glimmend in zon of in regen. Onkruid. Afval.Een halfvergane schutting. Meer onkruid. Een stort. Een gevel van wat ooit een deftig burgerhuis moet geweest zijn. Naast de deur is een holte uitgespaard uit het arduin, met dwars een ijzeren stang. Vroeger, toen het nog belang had, kon je daarmee je schoenzolen fatsoeneren eer je het huis betradt. Plots gaat de deur open. Een jonge vrouw werpt een plastic fles naar buiten, die dadelijk door de wind wordt meegevoerd en hotse-bots het traject aflegt van de licht afhellende straat. Als de tent maar netjes is. De woestijn zorgt wel voor zichzelf. Zo is het altijd geweest en zo is het goed. Enkele huizen verder woont een groentenverkoper. Ziet er keurig uit in zijn lang wit kleed en zijn gehaakt mutsje. Op de stoep stelt hij het meest respectabele deel van zijn koopwaar tentoon.Je zou als voetganger nog net doorkunnen, stond daar ook niet een zak van 25 kg. aardappelen in de weg. Je weet wel, zo’n oranje plastic net, bovenaan bijeengeniet samen met gewicht en prijskaartje. Ik moet de straat op, maar zo’n brutale Brusselse straathond kan nog net langs de aardappelen. Hij moet daarin een stabiele mijlpaal zien voor zijn territorium, want hij heft zijn poot en “streept” eens goed over de knollen. Puur halal. Zelfs hier kan een mens binnenpretjes hebben… Onopvallend loop je voorbij een gebedshuis. Waarin bij tijd en wijle ware gelovigen zich devoot maar ostentatief met hun achterste naar Amerika keren. En schuimbekkende imams waarschijnlijk oproepen tot meer intermenselijke verdraagzaamheid. Al is men daar nooit echt zeker van, want ze gebruiken hierbij een dieventaaltje dat ik niet begrijp. De Raad van State blijkbaar ook niet. Ooit heb ik eens aan een loslippige Turk gevraagd wat ze daar zoal uit hun botten slaan. Hij lachte eens verlegen. Een topper in de komkommertijd schijnt de prediking tegen het bier te zijn. Wist je dat een goed fris pintje eigenlijk een glas paardenzeik is ?Gebruikers daarvan zijn onreine zwijnen voor wie Allah in zijn barmhartigheid toch nog een smerige hellekrocht voorzien heeft.
Als bijzondere gunst. En in datzelfde Brussel brouwde Belle Vue succesvol aan de zoveelste landstitel voetbal. Inch Allah !!!
Sommige delen van Brussel leven niet echt meer.Maar zijn toch niet dood. Als een riool of een stort. Vooral ’s nachts kan je er de vreemdste ontmoetingen hebben en surrealistische dingen beleven. Ik ben er ooit eens overvallen. De overvaller eiste geld, maar ik zei dat ik er geen had. Waarop de boef berustend op de vlucht sloeg.Ik denk dat mijn door en door versleten parka me toen voor een naar avontuur behoed heeft. ‘k Zou daar echt niet graag gestaan hebben in een Armanipakje en met een gouden Rolex…
Natuurlijk zijn er ook nog poepchieke plekken in Brussel, en er is het grootse verleden. En zelfs de stoomboot van het oude Flageygebouw blijft me imponeren. Ik zal er nooit zomaar voorbij lopen. Vroeger heb ik een aantal jaren in de hoofdstad gestudeerd, en dat blijft wel ergens in je hart zitten. Het doet me Johan verminnen begrijpen, die er met zoveel vuur over zingt. Maar ook Jef Elbers, die verbitterd de verloedering vaststelt. En zelfs Liesbeth List in de Brel-cover. Over de tijd toen Bruxelles Bruxellait. Moet heerlijk geweest zijn. Het Brussel van onze koningen, die daar al jaren in hun riante gevangenis huizen en daar ook blijkbaar met geen stokken weg te krijgen zijn. Onze bestbetaalde luxe-allochtonen. Het Brussel van Leopold 2, die zijn tijd nauwgezet verdeelde tussen bouwen en vrouwen. En het nageslacht in beide disciplines veel heeft nagelaten. Denk maar aan zijn stukje privé-
brousse, de koninklijke serres. Daar speelde
ie verstoppertje met zijn adellijke vriendinnen, gekruid met een ondeugend vleugje “pourriture noble”, waar de gewone burger nog steeds te beschaamd voor is om het met de nodige panache te doen. Leopold 2
was nog een echte koning, en ik geloof dat Albert 2 wel een beetje familie van hem is…
De tijd toen Brussel nog brusselde… Zo’n
25 jaar geleden meende Annemie Neyts daar politiek mee te scoren, en vermeldde op haar verkiezingsaffiches “Annemie Brusselt”.
Een zwanzer had dat doorstreept en er in vette letters ondergeschreven “Annemie Bazelt”. Ze was en is zeker niet de enige…
hallo,ik was er even tussen uit,te beduusd,geschrokken om wat in mijn mooie antwerpen gebeurd is,een zoon van een deftige familie,zeggen ze,schiet zo maar 3 mensen neer,2 overleven het niet,daar wordt een mens stil van,dat krijgt ge als je je kinderen opvoedt met de vaste overtuiging dat er 2soorten van mensen zijn,die van ons,en de bruinen,of makakken,of enz,als er iets misloopt is het natuurlijk de schuld van die anderen,zij profiteren van ons geld,zij werken niet,ziekenkas is het eerste woord dat ze kennen,wij die van ons ,ik heb ze ontmoet in diksmuide in 1996 waar meer dan ruim volwassenen in een jeugdbewegingsuniform kinderen van het podium klopten met trommelstokken,omdat hun eigen optocht werd afgedwongen,ik heb er een trauma aan overgehouden,dat soort mensen schuwt geen geweld,ik zei vroeger al lachend als het ooit winter wordt in antwerpen,moet ik onderduiken,maar zwijgen…nooit,lupo,leer die anderen eens kennen,praat met hen over heel gewone dingen,en je zal merken dat het eigenlijk hardwerkende mensen zijn,die zich om de zelfde dingen zorgen maken als jij en ik,beoordeel mensen niet op ras of afkomst,stap eens zo’n winkeltje binnen,je leert heel andere dingen kennen,verse munt,druivenbladeren,verse vijgen,en het is stukken goedkoper dan fruit en groenten in de warenhuizen,lach maar met het halal vlees,ik heb liever halalvlees,dan vlees dat vol vieze troep zit,halalvlees mag je gerust biovlees noemen,maar veel goedkoper,er zijn problemen met jongeren,ik weet het,spijbelaars,in onze tijd noemden ze dat langharig werkschuw tuig,benden moeten worden aangepakt,het is vreselijk als je huis wordt overhoop gehaald,en men met je spullen op de loop gaat,maar dat zijn niet die mensen met hun rare klederdracht,neen dat zijn oosteuropese mensen,dit schrijf ik zonder iedere oosteuropeaan in vlaanderen te beschuldigen,het is een minderheid,juist zoals een minderheid van “die van ons ” zoiets doen,jammer,als we allemaal eens eerst naar ons zelf kijken,gooi jij nooit een papiertje op’t straat,nog nooit je asbak geledigd in de goot?verbeter de wereld,begin bij jezelf,denk ik,de dood van luna en haar oppas mag door niemand misbruikt worden,gebruikt?? ja graag,en als er nog eens een gore opmerking naar boven komt,denk dan eventjes aan kleine luna en haar ouders,grootouders en broertjes,er zal inderdaad heel veel liefde nodig zijn om het evenwicht terug te herstellen,wat die gebedshuizen betreft,in de periode van het vorige stukje van jos,werd vanop de kansel in onze kerken opgeroepen om te gaan vechten tegen de kommunisten,zelf gingen die heren niet vechten,leraren in colleges ronselden 16 jarigen om de heilige oorlog te gaan vechten tegen de russen,zelf waren ze na de oorlog heel verontwaardigd dat ze hun burgerrechten kwijt waren,ze zouden nog geen musje pijn doen,neen zelf niet,maar al die jonge mensen,die ginder hun leven lieten voor een ideaal dat niet eens het hunne was,de meer fortuinlijken die terug kwamen,riskeerden hier de doodstraf,ik denk daar vaak aan als ik lees dat er weer een jongen van geen 20 in palestina zich opblaast,hij doet het tenminste nog voor een groot aantal maagden,dat kregen onze jongens zelfs niet,geweld,lupo deugt nooit,anders is daarom niet slechter,ga in dialoog met die “anderen”en zie door de vuiligheid de mooie kanten van brussel,en die zijn er ,geloof me
het schijnbaar onverschillige stadsleven merkt elk detail ..
er is nog hoop ..
Wat fijn dat we u op deze manier toch nog kunnen “horen” ! Ik was en ben nog altijd een groot bewonderaar van u ! Destijds stuurde ik u weerpreuken op voor het programma ” Zondag, Josdag ” Nu ben ik een eigen blogje begonnen met….jawel mijn verzameling weerspreuken ! Het weer voorspellen nog “just gelak as veu den oorlog” ‘t is zo mooi vind ik ! Mocht je ooit nog eens even tijd hebben beste Jos, kom je dan eens kijken, ik keek en luisterde zo vaak naar u ! Veel groetjes van een bewonderaard uit Malderen.
http://blog.seniorennet.be/swatje en je bent zo bij mij !
Na al die bedroevende berichten over Brussel en de oorlog, hier een lief opkikkertje, speciaal voor Roel en de mensen met kinderen of kleinkinderen.
Doe maar lekker mee, JA JA!
http://www.kicken.com/konijn/
Nicole D.
Geachte Heer Jos Ghysen,
ik zit een beetje te werken aan mijn computer en luister ondertussen wat naar de radio. Momnteel wordt U geinterviewd door ene Luc Verschueren. Ik hoorde vn Uw blog en ben dadelijk op zoek gegaan naar het adres (en heb het gevonden!!)
Leuk dat ik nu eindelijk weer van Uw teksten kan lezen.
U kent me waarschijnlijk niet. Maar ooit was ik te gast in “Zondag Josdag” met mijn kollektie “handtekeningen”. Ik heb zelfs de O-uitzending meegedaan met de kollektie en ook als dubbelganger van het figuurtje “Arthur”.
En een jaar of twee terug heb ik, samen met mijn echtgenote, ergens begin september, nog bij U aangebeld om een boek te laten signeren.
Geachte Heer Jos Ghysen, proficiat met Uw blog. En bezie ook die van mij eens a.u.b.
Groeten en wie weet tot ziens ooit.
Dag Jos ,Fijn ons weer te ontmoeten ik had er in levende lijve willen bij zijn vandaag,maar nu ik terug uw verhalen kan lezen is het alsof de tijd bleef stille staan Proficiat met dit werk ,met verjaardag (alweer bijna een maand voorbij) en met dit prachtig kleinkind erbij Voor u allen veel liefs en dank voor de mooie babbeldingskens het blijft ons boeien Chris Hoebeke
Mooi geschreven
Hallo Jos,
Ik was aan het zoeken na een songtekst van Johan Verminnen (waarom ik zo van OUDE HUIZEN hou) Nu zag ik op jouw site, dat lupo verreth hier overschreef.
Is het mogelijk dat jij voor mij informeert of Lup Verreth deze songtekst toevallig heeft?
Alvast bedankt voor de moeite.
Groeten Annelies Duijn