Doe ik het wél of doe ik het niét ? Ga ik nog één keer bladeren in de collectie foute persknipsels die Piet Theys en ik ooit samen sprokkelden. De boekjes staken al terug in het rek maar plots was de verleiding te groot. Waarom zou ik alléén mogen lachen met de flaters van toén ? Journalistieke uitschieters waar sommige hoofdredacteuren niet gelukkig mee waren. Maar in dat vak moet alles nu eenmaal dag in dag uit razend snel gaan ,altijd tegen de klok in ,altijd onder stress .En dan schiet er wel eens iets tussen de vingers door. Gelukkig maar want dan krijgt de lezer af en toe nog eens een exraatje gratis bij zijn abonnementsgeld. En of het nu om een politiek stuk gaat of om een advertentie, geen enkele rubriek is veilig. Ik heb journalisten en correctors gekend die er een dag ziek van waren wanneer het noodlot hen getroffen had. Ik heb er één andere gekend, die schreef zijn blunders zeer bewust zelf. Een zeldzame vorm van zwarte humor.De politieke column of het overlijdensbericht, geen plek waar het niet gebeuren kan.
Zelfs Bandaranaika, destijds de grote man van Sri Lanka, slaagde er een dag na zijn dood nogin om de Vlaamse krantenlezers in een lach te doen schieten. Die week leek het zelfs of duivel zich persoonlijk op de redactie geïnstalleerd had want de dag nadien al hadden ze andermaal prijs. In de dagelijkse ongevallenrubriek sloop een uiterst merkwaardige doordenker die voor grote hilariteit zorgde.
De rampen konden die week niet op want drie dagen later kroop er de derde knaller tussen de advertenties in. De verantwoordelijke werd nooit gevonden maar gelachen werd er wel.
Dat degenen die wel op het feest aanwezig waren nochtans onder de categorie Feestvarkens vielen kon blijkbaar nog net door de beugel. Dat echter in Vlaanderen op een bepaald ogenblik zelfs oeroude volkse tradities dreigden te ontsporen in wulpse evenmenten, dat was een stap te ver.
Persoonlijk was ik die dag zelf naar Olsene willen gaan om te zien wat zich daar afspeelde maar ik was verhinderd en een verslag van deze uitzonderlijke (denk ik toch) vinkenzettng werd achteraf niet in de krant opgenomen. Ik had toch wel begrip voor de Olsense vinkenzetters.Floot je vink niet goed dan had je toch nog vijfhonderd frank. Een vinkenzetter is ook maar een mens.
Tot slot nog één bericht uit de landbouwsector. Men klaagt dat het aantal echte boeren in ons land met het jaar daalt. Boeren worden zeldzaam. Wat zou een boer eigenlijk waard zijn ? Een mens staat er niet bij stil.
En nu weten we het dus nog niet. Professor Boon liet ons in het ongewisse. Jammer.
